Beste heer/mevrouw,
Op blz 216 van deze uitgave (ISBN 978-900695111-0, zesde druk, eerste oplage) geeft u aandacht
aan drie "theorieën over de manier waarop de geldhoeveelheid de economie beïnvloedt".
-de klassieke kwantiteitstheorie
-de keynesiaanse theorie
-de monetaristische theorie
U geeft daarbij aan dat er meerdere theorieën zijn en dat er drie "beknopt" aan de orde komen.
Nu moet ik zeggen dat ik tien pagina's niet direct beknopt vindt.
Zou u de volgende vraag kunnen doorspelen aan de schrijver van het stuk:
Waarom is er geen aandacht besteed aan de Oostenrijkse school (met in het bijzonder de Austrian
business cycle theorie en haar gedachtes omtrent inflatie / geldcreatie)?
Het lijkt mij, vooral in het huidige economische klimaat, cruciaal dat ook deze visie in Nederland
onderwezen wordt.
Met vriendelijke groet,
Devidas
PS: Indien mogelijk ontvang ik ook graag de e-mailadressen van de auteurs (dr.R.Schöndorff, drs.J.F.B.Pleus, dr.C.A.de Kam) zodat ik hun direct kan benaderen.
